Portret 7: Léon Lucas

We zijn op bezoek bij schoolleider Léon Lucas van het Candea College in Duiven. Het Candea College biedt onderwijs aan ruim 2000 leerlingen van vmbo-bb tot en met gymnasium. De afgelopen jaren hebben Léon en zijn collega’s in wisselende samenstellingen gewerkt aan een radicale verandering van het onderwijs in leerjaar 1 en 2. Met ingang van komend schooljaar gaat de school 20-30% van de lestijd gebruiken voor meer maatwerk voor leerlingen (leer meer op de website van het Candea College).

Léon is voorzitter van de centrale directie. Zijn collega’s Henk Caris en Don Voogt schuiven ook aan bij het gesprek. Henk is de initiatiefnemer van de onderwijsvernieuwing. Voorheen was hij docent wiskunde en de afgelopen paar jaar werkte hij als secretaris van de directie. Don is docent lichamelijke opvoeding en leerjaarcoördinator. Hij was vanaf de eerste studiedag actief betrokken bij het proces. 

Samen een nieuwe school ontwerpen

Hun verhaal begint voor de zomer van 2016 als Henk bij Léon aanklopt met de vraag of hij een groepje mensen om zich heen mag verzamelen om na te denken over een radicale verandering van het onderwijs. Na de zomer gaat Henk met acht anderen vol enthousiasme aan de slag. Vlak daarna, in oktober, komen zij terug bij het MT met een idee over wat er anders moet. Léon vindt het zo krachtig dat dit voorstel vanuit docenten komt, en stelt voor om er een grotere beweging in de school van te maken. Een maand later zit een groep van dertig docenten, leerjaarcoördinatoren en directieleden een dag lang met elkaar op de hei om hun droombeelden uit te werken en uit te wisselen.

Zo begint een schooljaar waarin directie en docenten in telkens wisselende samenstellingen het idee voor een nieuwe onderbouw stap voor stap uitwerken. Soms doen zij dat net als de ‘groep van dertig’ op een werkdag met een kleine groep, op andere momenten worden studiedagen met alle docenten georganiseerd. Ook gaan docenten en leerlingen op bezoek bij een aantal innovatieve scholen. Tegen het einde van het schooljaar is er een driedaagse in Amsterdam waar een groep van vijftien mensen uitwerkt hoe een week in het leven van een leerling en een week in het leven van een docent eruitziet in de toekomst. Om te voorkomen dat zij teveel met elkaar in een bubbel komen, belt elke deelnemer aan het eind van de dag met een collega, een ouder en een leerling om de ideeën voor te leggen. De uitkomsten van deze werkdagen worden in juni 2017 aan de collega’s gepresenteerd.

Deze eerste fase is het best te kenmerken als een creatief en organisch proces waar veel energie in zit. Bij elke volgende stap doen er weer nieuwe of andere docenten mee, die aansluiten op basis van belangstelling en enthousiasme. Aan het einde van het jaar hebben maar liefst 60 van de 180 docenten een actieve bijdrage geleverd aan het proces. Vaak ontstaat de volgende stap als een natuurlijk vervolg op de voorgaande. Om dit in goede banen te leiden, roept Léon op momenten de hulp in van een externe adviseur om mee te denken over het proces en sommige werksessies te begeleiden. Over zijn eigen rol in deze fase van het proces vertelt Léon dat hij vanaf het eerste moment een luisterende houding heeft aangenomen. Hij was een actieve deelnemer zonder op de voorgrond te treden. Gedurende het hele proces vraagt hij zich telkens weer af hoe hij zich zou opstellen en wat er voor het proces nodig was. Hij zegt daarover:

“Door die eerste groep van 30 te betrekken is het al meteen uit je handen. Je zit ineens op een wagen waarvan je weet dat je niet meer alleen aan het stuur staat. Je moet die vooral zijn vaart laten houden.”

De nadruk van het leerproces van Léon in de eerste fase ligt op het zoeken van de balans tussen enerzijds het leveren van een actieve bijdrage als gelijkwaardige collega en anderzijds niet (onbedoeld) de ruimte voor collega’s inperken als schoolleider. Hij geeft aan dat hij daarom zijn woorden in ieder contact met docenten altijd heel zorgvuldig woog. Verder valt in het gesprek met ons op dat Léon vol enthousiasme vertelt over deze fase. Hij heeft er duidelijk plezier in gehad om een nieuwe school uit te denken in nauwe samenwerking met een steeds grotere groep docenten. 

Een keerpunt in het proces

Het gezamenlijke proces bereikt een keerpunt wanneer de resultaten van de driedaagse in juni 2017 aan de hele school gepresenteerd worden. Léon beschrijft dat daar iets omsloeg en dat er geen breed enthousiasme was voor de plannen. Of, zoals Don het benoemt: “Iedereen wilde best verandering, maar niet veranderen”.

Na de zomervakantie besluiten Léon en een aantal direct betrokkenen om daar op in te spelen door een ‘bouwgroep’ in het leven te roepen. Hiervoor hebben zij actief mensen uitgenodigd die eerder niet betrokken waren en die in sommige gevallen ook kritisch zijn over de ideeën. Ook de opleidingsdirecteuren nemen zitting in de bouwgroep, omdat het bouwen van een nieuwe school grote consequenties heeft voor hun werk. Dit is ook het moment dat Léon zich realiseert dat hij hen eerder niet actief had meegenomen als spelers in het proces.

In de vorige fase zat Léon vooral met zijn collega’s in een creatief proces en leverde hij een inhoudelijke bijdrage aan de ideeënvorming. Er was daar ook veel ruimte voor informeel leiderschap en weinig aandacht voor de formele rollen die mensen vervulden. Dit vindt hij echter een lastig moment, omdat formele rollen belangrijker lijken te worden en deze zich ook vermengen of op spanning komen te staan met informele rollen. Direct daarna grijpt Léon niet in en laat hij het proces eerst een tijd lang op zijn beloop gaan.

De situatie verandert nog meer als tijdens een MR-vergadering blijkt dat een groep collega’s het absoluut niet ziet zitten om het volgende schooljaar met de nieuwe school van start te gaan. Ook ouders gaan daarin mee. Dit heeft tot gevolg dat het startmoment een jaar wordt uitgesteld. Vanaf dat moment komen de verhoudingen tussen voor- en tegenstanders op scherp te staan en dat levert heel veel spanning op in de school. Henk beschrijft hoe dit ook voor collega’s een moeilijke periode was:

“Ik voelde toen heel sterk dat positieve docenten onder druk gezet werden: ‘wil jij nu echt die kant op met de directie??’. De groep docenten die zich actief hadden ingezet en de groep die zich tot dan toe niet had bemoeid, kwamen tegenover elkaar te staan. Dat waren niet allemaal mensen die tegen waren, ook mensen die geen tijd hadden of nog niet waren uitgenodigd. Het was een mix van ongenuanceerde tegenkrachten en hele terechte zorgen.”

Voor Léon zorgt dit voor zo een groot verlies aan energie dat hij de motivatie voor het proces dreigde kwijt te raken. Hij had er in dat eerste jaar heel bewust voor gekozen om collega’s te betrekken en toch voelden mensen zich niet gehoord. Sommige collega’s zagen het als een initiatief van een paar enkelingen. Om deze dip te doorbreken besluit Léon om een uitvoerige analyse te doen van wat er aan het gebeuren was, wat dat zei over zijn rol, over de schoolcultuur en over het proces dat ze hadden doorlopen:

“Het was een persoonlijke noodzaak om dit te doen en ik voelde het ook als mijn verantwoordelijkheid. Een voorzitter van de centrale directie moet weten wat hier gebeurt en dit begrijpen.”

Deze analyse heeft hij gedeeld met het MT en de MR, die het als zeer verhelderend ervaarden. Tegelijkertijd riep de MR op tot concrete actie onder het mom van: ‘we hebben een prachtig project gehad, dus zet piketpaaltjes om daar handen en voeten aan te geven’.

Strakke procedures en duidelijke structuren

Vanaf dat moment zit er weer duidelijke voortgang in de uitwerking van de onderwijsvernieuwing. Vanaf dat moment heeft Léon strakke procedures geïntroduceerd om de nieuwe onderbouw komend schooljaar te kunnen starten. In overleg met de MR heeft hij een route vastgesteld waarbij de MR elke stap moet goedkeuren. Om de plannen te realiseren, zijn er daarnaast duidelijk structuren. De verantwoordelijkheid voor de uitwerking ligt bij opleidingsdirecteuren en er zijn thema-werkgroepen per opleiding die een duidelijke opdracht en deadlines hebben gekregen. Elke docent moet deelnemen in een thema-groep en elk thema wordt schoolbreed besproken in werkgroepen met een afgevaardigde van elke opleiding. Don is blij dat met deze keuzes de schaal van de verandering beter te overzien is. Hij stelt de sturing vanuit Léon op prijs en vindt het prettig om deelonderwerpen in zijn afdeling uit te kunnen werken.

Léon gelooft dat deze veranderende aanpak noodzakelijk is om de goede ideeën uit fase 1 in de praktijk te kunnen brengen. Tegelijkertijd vertelt hij hierdoor meer op afstand met het project bezig te zijn. Zijn enthousiasme heeft nu vooral betrekking op de inhoudelijke onderwijsvernieuwing die neergezet wordt en veel minder op het proces waarmee dat tot stand komt. Ook Henk geeft aan dat de energie er nu veel minder is dan in fase 1. Hij had het liefst ook aan deze vervolgfase invulling gegeven vanuit het creatieve en organische proces dat ze eerder met elkaar doorliepen.

Reflectievragen

De lichte teleurstelling van zowel Henk als Léon dat er zo’n grote omslag heeft plaatsgevonden in het ontwikkelproces, roept de vraag op:  

Had dit anders gekund en zo ja, hoe? En wat was ervoor nodig geweest om na het keerpunt de energie van daarvoor vast te houden of weer terug te vinden?

Een ander element dat onze nieuwsgierigheid prikkelt, is dat Léon erg hard zijn best heeft gedaan om zoveel mogelijk mensen te betrekken. Desondanks viel de steun op een zeker moment weg en bleek er een groep mensen te zijn die zich niet eerder had laten horen.

Hoe zouden ook deze mensen en het geluid dat zij vertegenwoordigen meegenomen kunnen worden in een proces waarin energie en gedeeld enthousiasme centraal staan?

Frank HulsbosComment